Lifestyle, Slow Cooking en andere Damesproblemen - Hamlet Modern 3 (en slot)
<< vorige | Hoofdmenu | Volgende >>

Hamlet Modern 3 (en slot)


De spanning was spreekwoordelijk te snijden in deze leuke bewerking van de succesrolprent Hamlet van William Shakespeare. Diverse kinderen en hockeymoeders schrijven ons al dat ze het stuk nu veel beter begrijpen. In het laatste deel alweer komen de conflicten tot het kookpunt: Claudius heeft schoon genoeg van zijn vervelend melancholieke neefje en bedenkt een duivels plan om hem off te bumpen. Zal hij succes hebben? Zal die nare jongen dan eindelijk van de aardbodem verdwenen zijn? Zal er eindelijk vrede komen in Denemarken? Zullen Gertrude en Claudius aan een rustig nieuw begin in hun huwelijksleven kunnen gaan werken? Zal er een wet komen waarmee Epicfailia toch nog met Laertes kan trouwen? Zullen Rosenknopje en Billenspek de steekpartij overleefd hebben? Dit en meer (met een punchline aan het eind!) in het slot van Fenna en Milly's Hamlet.

(Een andere kamer in het kasteel. Koning Claudius is aan het ijsberen.)
Claudius: W-w-w-w-waar hangt die Poloralphlaurenius toch uit? We zouden gaan shoppen samen. (De deur gaat open en een dodelijk gewonde Rosenknopje komt binnen gekropen.)
Rosenknopje: Hamlet heeft Poloralph... Polo... Poloralphlaurenius vermoord. (Hij sterft.)
Claudius: Is dat niet het setje van min dochter? Die jarretellen waren een prachtig kerst....cock-a-doodle-do! Heeft Hamlet Poloralphlaurenius vermoord?! Maar.... wel verdomme. Ik moet het lichaam vinden. Waar is dat? O... Ja, je bent dood. Nu ja. Hmm. (Begint weer te ijsberen.) Als ik nu maar wist hoe... (Billenspek komt binnen.) Aaaaah, Billenspek. Leuk corseletje heb je daar aan, met een verrassend trendy rode vlek in het midden.
Billenspek: Ik... (Hij sterft.)
Claudius: Nou, dat was ook weer een constructief gesprek. Wie zullen we nu binnen krijgen? (Gertrude komt binnen.) Oh, jij.
Gertrude: Ik leef nog.
Claudius: Ik zie het.
Gertrude: Maar baarlijk... want bijna had Hamlet, mijn zoon, uw neef, zijn vlammend zwaard in mijn zondige droge traas gestoken als wrake voor de moord op mijn ex-man, uw broer.
Claudius: Jeumig.
Gertrude: Nu echter ging hij, zonder enig respect voor de volgorde der scènes, in gesprek met Epicfailia en sprak haar toe: "Ga naar een klooster, Epicfailia! Ga naar een klooster!" En ik ken voldoende slang om te weten dat hij een bordeel bedoelde. Daarna wees hij haar bruusk af. Ze werd krankzinnig en zingt niet anders meer dan ranzige, tweederangs tophits. Jeumig, ik heb wel veel tekst nu als je al die scènes overslaat. Ah, daar zul je de waanzinnig Epicfailia hebben. O jemig, welk een lied zal zij nu weer aanheffen? (Laertes komt op.)
Laertes: Maar ik kom eerst op, terugkerende uit Parijs en de vrouwtjes van heb ik jou daar, om te informeren naar het welzijn mijner vader Prophylacticus of hoe hij ook alweer heette en mijn zuster Epicfailia.
Gertrude: Uw vader is morsdood. Zijn stijve lijk ligt nog in mijn echtelijk bed. Vraag niet verder. En daar is Epicfailia.
(Epicfailia op.)
Epicfailia: (zingend) Ooooeeeh. I'm overdue.
Gimme some room.
I'm coming through.
Paid my dues.
In the mood.
Me and (Ze schudt haar mamellen.) my girls gonna shake the room.
Luteplayers spinning
Let's get dirty.  (Ze begint wulps tegen Laertes aan te rijden.)
I need that, uh, to get me off,
Sweat'n til my clothes come off.
Claudius: Stop die waanzin. Er speelt heel niemand op zijn luit.
Gertrude: Bovendien is dit Hamlet, geen Star Wars. Dus klim van je broer af, vies kind.
Epicfailia: What a man, what a man, what a mighty mighty good maaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaan!
Laertes: Ja, wat is dat voor een ranzig oedipaal gedrag? Ik zou zoiets nooooooit doen. Maar Hamlet, Prosciuttino, zoals wij hem noemen in Italië, is er geweest. Als hij de moord op mijn vader Polonaiseholandaise en de waanzin van mijn zuster Epicfailia op zijn kerfstok heeft, dan is hij toast!

Claudius: Toe jongen, niet zo wild. Gertrude, kun jij Epicfailia meenemen naar de hofvijver? Wink wink...
Gertrude: Uiteraard. (Exeunt.)
Claudius: Zo, mijn vrouw zal die zus van jou wel een duwtje in de goede richting geven. En nu tussen ons: gij zult duelleren met Hamlet en ik zal uw zwaard dopen in het gif. Mocht dat niet werken dat staat er ook nog een welgevuld glas bojolais primeur op hem te wachten. Uiteraard ook vergiftigd. Is dit een deal?
Laertes: Zoals April Lavigne tegen mij zei toen ik haar aanbood haar Russisch te doen: it IS a deal! Claudius: Okay, let's exeunt. (Exeunt.)
(We slaan weer wat over. Hoe lekker introvert Hamlet is in de volgende scene zullen we nooit weten. Shakespeare was gooooood people. We gaan naar weer een andere kamer in het kasteel. Het is als de weird side van YouTube. Vol net niet spanning en nog net nieter erotiek. Gertrude zit er gezellig met een gentleman te spreken. In zijn kostuum ontbreekt niks, en Gertrude kijkt verlekkerd naar de borst- en buikspieren die te voorschijn komen in het strakke hemd.)
Gertrude: Ik ga niet met dat bakvisje spreken.
Gentleman: Ze is importunaat, en men zal haar later bejammeren.
Gertrude: Wat zal ze hebben­?
Gentleman: Ze praat veel over haar papa. Ze zegt dat er nogal veel fietsen in Bejing zijn, zegt dat het mannen regent, dat het zo leuk is in een jeugdhostel in Californië en dat iemand haar nog eens moet meppen. Vindt u het erg dat ik wat overtollige kleding uitgooi?
Gertrude: Neen, want ik heb toch geen idee waar the fuck we zijn in dit verhaal....
Gentleman: Epicfailia wordt begraven maar u mist dat spektakel omdat hij u met mij gaat zitten vozen?
Gertrude: Wie zegt dat ik met u ga zitten vozen?
Gentleman: U zegt nu zelf dat ik met u ga zitten vozen. Met een vraagteken erachter.
Gertrude: Arme Epicfailia. Ik had haar wellicht niet dat duwtje in de goede richting moeten geven. Want het was zo ontzettend de verkeerde richting. Nu ja, ik moet haar toegeven: ze dronk de halve hofvijver leeg, maar verslikte zich in een visgraat. Dat was toch wel extra zuur. En ik en u moeten beter lezen wat we eerst zeggen want terwijl we samen discuteren gaan we van een levende Epicfailia naar eentje die begraven wordt. Dat is op zijn minst vreemd te noemen.
Gentleman: We keken slechts in de toekomst. Dat kan ik namelijk. Ik heb bovendien al een grotere rol dan Marsupilamius.
Gertrude: U hebt al bijna een grotere rol dan Hamlet zelf.
Gentleman: Inderdaad. (Epicfailia komt op.)
Epicfailia: You came into my life like a Trojan horse...
Gertrude: Kom maar, Epicfailia, ik zal u eens in de richting van de hofvijver duwen. (Exeunt.)
Gentleman: Wat een vreemde scène was dit. Niet helemaal gelukt, als je het mij vraagt. Hopelijk krijg ik nog wel wat meer tekst. Hmm, dat verwarring zaaien over dood en leven beviel wel. Misschien kan ik zo nog ergens inhaken als er iemand binnenkomt die Hamlet of Epicfialia heet. Dat zou lachen zijn. Nou adieu mensen. Ik heb uit mijn twee stukjes tekst al een hoop weten te klaren dacht ik zo. (Exit. Fellatio komt op.)
Fellatio: Zo. Hier zou ik die scene spelen met de gentleman en de koningin. Want als ik het goedheb, na scene 3 en 4 overslaan, komt 5. (Hamlet komt op.)
Hamlet: Wel nee niksnut. Dit is verdomme het Amsterdamse toneel. Hier doen wij dingen vrijzinnig en briljant. Het is nu tijd voor onze wandeling. (De twee haken hun armen in en beginnen te wandelen. Ze stappen aardig door en al snel komen ze langs een vijver alwaar Epicfailia en Gertrude staan.)
Gertrude: Ziezo. Plons. (Ze duwt Epicfailia de vijver in.) Hamlet, o Hammetje mijn zoon, ik maak me zo druk om je melancholie.
Fellatio: Ook ik, uwe majesteitelijkheid. Ook ik. De dood van zijn vrienden Rosenknopje en Billenspek heeft hem enorm aangegrepen. En dan is er nu ook nog eens een keer die business met Laertes die hem wil vermoorden wegens de dood van zijn vader Po...eh...Polyfinario....?
Hamlet: Polycratius?
Gertrude: Procrastinatius.
Fellatio: Nee, dat was niet de juiste naam.
Hamlet: Polosofialorenius.
Gertrude: Ja, dat was hem. Polosofialorenius.
Fellatio: Wel juist. Wat gaan we nu doen? Dramaturgisch gesproken, bedoel ik.  (Laertes komt op.)
Laertes: Wat is er nu precies gebeurd met mijn zuster Epicfalia.
Gertrude: Laat mij het vertellen...
Er is een wilg groeit schuin een beek,
Dat toont zijn haar bladeren in de glazige stroom;
Er met fantastische slingers is ze gekomen
Van kraai-bloemen, brandnetel, madeliefjes, en lange paars
Dat liberale herders geven een grovere naam,
Maar onze koude meiden doen dode mensen de vingers noemen ze:
Daar, op de hangende takken haar coronet onkruid
Klauteren om op te hangen, een jaloerse lont brak;
Toen langs haar iele trofeeën en zichzelf
Viel in de beek huilen. Haar kleren wijd;
En, zeemeermin-achtige, een tijdje ze droeg haar op:
Welke tijd dat ze zongen flarden van oude muziek;
Als een niet in staat haar eigen verdriet,
Of als een schepsel inheemse en indued
Tot dat element, maar lang kan het niet
Tot dat haar kleding, zwaar van hun drankje,
Pull'd de arme stakker aan haar melodieus lay
Om modderige dood.
Zo, wie heeft Gerrit Komrij nog nodig als je Google Vertalen hebt.
Laertes: Ja, het is klaar als een klontje.
Gertrude: Verdronken, 'dronken.
Laertes: Arme Epicfailia. Te veel water heb je gekregen,
En daarom verbied ik mijn tranen, om te vloeien,
gelijk de rivier waarin jij je leven eindigen zag,
die nu het water geeft dat de akkers doet groeien.
Ik zie jouw dood maar als het water wat met mijn erectie doet groeien.
Want toen jouw doek voor altijd viel,
Wist ik mijn ware pyschopatische aard: necrofiel.
Gertrude: Hamlet. We gaan. Dit is.... Nee, dit kunnen we niet maken. (Gertrude en Hamlet exeunt.)
Laertes: Zo, ik geloof dat ik het stuk een hele nieuwe draai heb gegeven.
Fellatio: Ik vond je altijd zo'n lekkere jongen. Zal ik mijn jurkje aantrekken en doen alsof ik een dood meisje ben?
Laertes: Vooruit maar weer. (Exeunt.)
(Volgende slotscène. Scène in het slot. Er is een boksring gemaakt voor Laertes en Hamlet om in te vechten. Claudius en de Gentleman komen op.)
Claudius: Heb je zijn bokshandschoenen vergiftigd, zoals je was opgedragen.
Gentleman: Jawel heer en de beker met giftige bojolais primeur staat terzijde gereed.
Claudius: Excellent! Laten we iedereen en eenieder uitnodigen binnen te treden in onze nederige stulp. (Allen inuent.) Gertrude, lieve vrouw, neef Hamlet, lieve Fellatio - you looked fucked, by the way - en ook Laertes de enig levende telg van de Fairfax familie, sedert zijn zus de vijver leegdronk en stikte in een visgraat en zijn vader Polydorus verstijfd de geest gaf in het beslapen bed van mijn wederhelft. Anderen ook welkom. Nu zijt wellekome! Laten we met de bokswedstrijd tussen Laertes en Hamlet beginnen, mensen! (De boksers draaien wat om elkaar heen. Dan geeft Hamlet een jab in de maag van Laertes.)
Hamlet: 1-0.
Laertes: Zo werkt dat niet.
Hamlet: Scheidsrechter?
Scheidsrechter: Een score. 1-0.
Laertes: Hmm. Laten we verdergaan. (Ze beginnen weer om elkaar heen te cirkelen. Over en weer worden wat schijnstoten uitgedeeld en rake klappen ontweken.)
Claudius: Hamlet neem een slokje man. Je zult wel uitgeput raken. (Hij reikt hem het glas vergiftigde druivenalcohol aan.)
Hamlet: Ik zal eerst het spel vervolmaken. Laat het maar even staan. (Hij begint weer op de voorvoetjes te springen en om Laertes heen te cirkelen. Weer een korte stoot op de lever van Laertes, die dikzakkerig naar de grond gaat.)
Hamlet: Die leek me raak, wat jij?
Laertes: Je schampte me aardig, moet ik toegeven.
Claudius: Onze zoon zal winnen.
Gertrude: Die dikzak is kortademig. Hier Hamlet. Neem mijn zakdoekje en veeg je wenkbrauwtjes af. De koningin zal drinken op je gezondheid Hamlet.
Hamlet: Fijn zo mevrouw. (De koningin neemt een grote slok uit de beker met vergiftigde beau jolais.)
Claudius: Gertrude, drink niet!
Gertrude: Och man, van een wijntje ga ik niet dood. (Ze giet het glas in enenmale naar binnen.)
Claudius: (terzijde) Het was de vergiftigde kop wijn... Het is te laat voor haar.
Hamlet: Ik drink niet mevrouw. Dat combineert niet zo lekker met een boksmatch.
Laertes: Zoals Lambiek zou zeggen: pak vast, Tjaf! (Hij slaat Hamlet neer. Die heeft een bloedneus.)
Gentleman: Noem mij een valse nicht, maar wat een sullig terzijde was dat, koning Claudius. Iedereen had dat wel zo'n beetje door.
Claudius: Nou ja, zeg.
Gentleman: Ja jemig, mag ik dan niks zeggen of zo?
Hamlet: Hallo mensen, ik lig hier ook al dood te gaan....
Claudius: Alsof ik de enige ben die wel eens voor Captain Obvious speelt hier...
Hamlet: AAaaargh!
Laertes: Heremijntijd! Mijn bokshandschoenen waren vergiftigd...
Gentleman: Point taken, Clau. (Hamlet grijpt met zijn laatste krachten de bokshandschoen van Laertes' hand en gooit hem tegen Claudius aan.)
Claudius: Wee mij, ik ben ook om zeep!
Gertrude: Aaargh. Alsook ik! (De bokshandschoen stuitert verder tegen de hoofden van de Gentleman, Francesco, Bernardo, de Scheidsrechter, Marsupilamus, Laertes en Voldemort.)
Gentleman: En ik!
Francesco: EN ik!
Scheidsrechter: Ik ben er ook geweest!
Marsupilamus: Hasta la vista, babies!
Laertes: Wee mij ik...shit, tekst kwijt.
Voldemort: Ik ben ook dood. (Allen sterven.)
Fellatio: En de rest is stilte. (Huub valt binnen.)
Huub: Wat zie ik nu?
Fellatio: Nogal een dooie boel.
Allen: Hahahahahahaha!


05 Mei 2012 Permanente link Google Feed MSN Reporter




Reacties
Naam
(typ de letters en cijfers over)
E-mail
:-) :-d ;-) :-o :-p (h) :-@ :-s :-$ :-( :'( :-| (a) (l) (6) (?) (!) (i) (>) (y)
Outlet NL female 140915 - 030216 468x60